Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 december 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie , (verweerder)
Procesverloop
Wat vooraf ging
Op 18 september 2019 vindt het gesprek van eiser met [naam 1] plaats, waarbij de collega en een medewerker van de vakbond aanwezig zijn.
Bij dat onderzoek stuit de onderzoeker ook op het berichtenverkeer tussen de collega en eiser en met de journalist. Er is geen toestemming gevraagd om dit berichtenverkeer in te zien. Dit berichtenverkeer vormt aanleiding om onderzoek naar eiser in te stellen.
Op 2 oktober 2019 wordt bij het Openbaar Ministerie een melding schending ambtsgeheim gedaan. Een dag later levert eiser zijn diensttelefoon in die wordt uitgelezen.
Besluitvorming
Standpunt eiser
Standpunt verweerder
Beoordeling door de rechtbank
Uit het verrichte onderzoek komt niet naar voren dat eiser eerder dan op 20 september 2019 contact heeft gehad met de journalist, daar waar de collega al contact met hem had vanuit de periode op de Hoefkade . Zij was immers de ‘klokkenluidster’. Eisers verklaring dat hij op genoemde datum alleen maar met de collega is meegegaan en niet deelnam aan het gesprek en niet wist dat zij ook over de teamchef zou vertellen, is niet, althans onvoldoende, weerlegd. Vervolgens blijkt uit de werktelefoon van eiser dat hij meerdere contacten heeft met deze journalist over de gebeurtenissen rond de collega. Deze contacten had hij moeten nalaten, ook al blijkt uit deze contacten niet dat hij zelf informatie heeft verstrekt. Wel blijkt uit de berichten op zijn werktelefoon dat hij uitvoerig met de collega hierover spreekt en haar niet weerhoudt van deze contacten. Bij de vraag of dit eiser verweten kan worden zijn de gebeurtenissen van belang die voorafgaand aan het gesprek van de collega met de journalist hebben plaatsgevonden.
Eiser heeft het handelen van de teamchef ervaren als gedrag dat hem en de collega “ernstig schaadt” en heeft in de avond van 16 september 2019 [naam 1] als leidinggevende hierover geappt. Naar aanleiding van het daaropvolgende telefoongesprek, heeft eiser [naam 1] de volgende dag weer geappt. Daarin gebruikt hij woorden als “bedreigende en intimiderende houding”, “noodkreet” en zich “zeer onveilig” voelen door de teamchef. Het daaropvolgende gesprek heeft plaatsgevonden op 18 september 2019. Daarin heeft de collega geen melding gemaakt van de gedragingen van de teamchef, wel heeft de teamchef zich bij het gesprek gevoegd. Volgens eiser heeft de teamchef direct zijn vertrouwen in eiser opgezegd enheeft [naam 1] verklaard zich achter zijn teamchef te scharen. [naam 1] heeft dit weersproken, maar laat vervolgens wel het dienstwapen van eiser innemen. Waarom er op dat moment zorg zou zijn over de mentale toestand van eiser, is niet duidelijk geworden. Wel is aannemelijk te achten dat het vertrouwen van eiser in [naam 1] hierdoor is afgenomen.
nietzou hebben gewerkt is echter onduidelijk gebleven en ook ter zitting is daarover geen helderheid verkregen. Dat hem zou moeten zijn opgevallen dat zij veel uren maakte, kan niet worden gevolgd. Van de teamchef had de collega een extra taak (Jeugd) gekregen. Voor zover onduidelijkheid bestond over de invulling daarvan of het maximaal aantal te maken uren, had het op de weg van de teamchef gelegen om daar duidelijkheid over te verstrekken aan eiser. Daarbij komt nog dat de uren in oktober 2019 door de andere teamchef zijn gebudgetteerd.
De verweten gedraging is dan ook niet komen vast te staan.