In deze civiele procedure heeft de rechtbank Noord-Holland op 24 augustus 2022 een tussenvonnis gewezen waarin werd geoordeeld dat Groza c.s. en Aktua c.s. zich schuldig hebben gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken sinds 10 april 2017. Tevens werd vastgesteld dat de bestuurders hiervan persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen hebben gepleegd. Partijen kregen de gelegenheid om zich uit te laten over de vorderingen, schadeomvang, eigen schuld en de voortzetting van de mondelinge behandeling.
Groza c.s. en Aktua c.s. verzochten vervolgens om tussentijds hoger beroep tegen dit tussenvonnis toe te staan. De rechtbank overweegt dat het openstellen van tussentijds hoger beroep tot vertraging leidt, maar acht deze vertraging niet onredelijk gezien de omvang van de zaak, het grote geldelijke belang en de proceseconomische overwegingen. Het hoger beroep biedt partijen de mogelijkheid om de oordelen van het tussenvonnis aan het gerechtshof voor te leggen alvorens de procedure in eerste aanleg wordt voortgezet.
De rechtbank bepaalt daarom dat tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis kan worden ingesteld en schorst de procedure totdat het hoger beroep is afgerond. De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol per 5 april 2023. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.