ECLI:NL:RBNHO:2022:11964

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 september 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
C/15/297113 / HA ZA 19-795
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tussentijds hoger beroep tegen oordeel over oneerlijke handelspraktijk

In deze civiele procedure heeft de rechtbank Noord-Holland op 24 augustus 2022 een tussenvonnis gewezen waarin werd geoordeeld dat Groza c.s. en Aktua c.s. zich schuldig hebben gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken sinds 10 april 2017. Tevens werd vastgesteld dat de bestuurders hiervan persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen hebben gepleegd. Partijen kregen de gelegenheid om zich uit te laten over de vorderingen, schadeomvang, eigen schuld en de voortzetting van de mondelinge behandeling.

Groza c.s. en Aktua c.s. verzochten vervolgens om tussentijds hoger beroep tegen dit tussenvonnis toe te staan. De rechtbank overweegt dat het openstellen van tussentijds hoger beroep tot vertraging leidt, maar acht deze vertraging niet onredelijk gezien de omvang van de zaak, het grote geldelijke belang en de proceseconomische overwegingen. Het hoger beroep biedt partijen de mogelijkheid om de oordelen van het tussenvonnis aan het gerechtshof voor te leggen alvorens de procedure in eerste aanleg wordt voortgezet.

De rechtbank bepaalt daarom dat tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis kan worden ingesteld en schorst de procedure totdat het hoger beroep is afgerond. De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol per 5 april 2023. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe tegen het tussenvonnis en schorst de procedure tot het hoger beroep is afgerond.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/297113 / HA ZA 19-795
Vonnis van 28 september 2022
in de zaak van

1.[eiser/verweerder1],

wonende te [woonplaats],
2.
[eiser/verweerder2],
wonende te [woonplaats],
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HET KRAAIENNEST HOLDING B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
eisers in conventie, verweerders in reconventie,
advocaat: mr. F.J. Laagland te Eindhoven,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GROZA B.V.,
gevestigd te Haarlem,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BMBN B.V.,
gevestigd te Weert,
3.
[gedaagde/eiser3],
wonende te [woonplaats],
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AKTUA VASTGOED B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SYLVESTRE BEHEER B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep,
6.
[gedaagde/eiser6],
wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
advocaat: mr. A.G. Moeijes te Velsen-Zuid.
Eisers in conventie, verweerders in reconventie zullen gezamenlijk worden aangeduid als [eiser/verweerder1]. Gedaagden in conventie, eisers in reconventie zullen gezamenlijk worden aangeduid als Groza c.s. en Aktua c.s.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 24 augustus 2022 (hierna: het tussenvonnis);
  • de brief van mr. Moeijes van 5 september 2022;
  • de brief van mr. Laagland van 14 september 2022.
1.2.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis - onder andere en kort samengevat - overwogen dat zij van oordeel is dat Groza en Aktua zich (vanaf 10 april 2017) hebben bediend van een oneerlijke handelspraktijk. Ook heeft de rechtbank overwogen dat de bestuurders van Groza en Aktua de oneerlijke handelspraktijk hebben bewerkstelligd of toegelaten en dat de bestuurders daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over (samengevat) de ingestelde vorderingen, de omvang van de schade, de eigen schuld van Van der Marel en de wenselijkheid van de voortzetting van de mondelinge behandeling.
2.2.
Groza c.s. en Aktua c.s. hebben verzocht (tussentijds) hoger beroep open te stellen tegen het tussenvonnis als bedoeld in artikel 337 Rv Pro. [eiser/verweerder1] hebben tegen toewijzing van dit verzoek bezwaar gemaakt.
2.3.
Als uitgangspunt geldt dat van het (tussen)vonnis eerst tegelijk met het nog te wijzen eindvonnis hoger beroep open staat, tenzij de rechtbank in dat vonnis of daarna op verzoek van een partij hoger beroep daarvan heeft toegelaten. Bij de beoordeling hiervan dient de rechtbank te betrekken of het openstellen van hoger beroep zal leiden tot een onredelijke vertraging in de procedure. De rechtbank hoeft haar beslissing op het verzoek, waarin zij een bevoegdheid uitoefent die aan haar procesbeleid is overgelaten, niet te motiveren.
2.4.
Het lijdt geen twijfel dat het openstellen van tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis, op zichzelf bezien, zal leiden tot vertraging van deze procedure. Onder de gegeven omstandigheden acht de rechtbank deze vertraging echter niet zodanig onredelijk, dat zij aan de toewijzing van het verzoek van Groza c.s. en Aktua c.s. in de weg staat. Hierbij weegt de rechtbank onder meer mee dat partijen in het tussenvonnis in de gelegenheid zijn gesteld zich over meerdere geschilpunten uit te laten, die alle voortbouwen op de oordelen van de rechtbank in het tussenvonnis. Mede gezien de omvang van de zaak en het grote geldelijke belang van de zaak, is het de verwachting dat dit nadere debat in eerste aanleg aanzienlijke kosten met zich zal brengen voor partijen.
Gegeven het feit dat Groza c.s. en Aktua c.s. het tussenvonnis op dit moment niet wensen te accepteren als basis voor voortprocederen is het niet zeker dat deze kosten ook functioneel zijn voor de uiteindelijke afdoening van de zaak. Onder die omstandigheden heeft het om redenen van proceseconomische aard daarom de voorkeur eerst Groza c.s. en Aktua c.s. in de gelegenheid te stellen de in het tussenvonnis weergegeven oordelen van de rechtbank in hoger beroep aan het gerechtshof voor te leggen alvorens het debat in eerste aanleg voort te zetten.
2.5.
De rechtbank zal daarom alsnog bepalen dat tegen het tussenvonnis van 24 augustus 2022 hoger beroep kan worden ingesteld.
2.6.
De procedure bij de rechtbank wordt (van rechtswege) geschorst wanneer een partij hoger beroep instelt tegen het tussenvonnis. Omdat Groza c.s. en Aktua c.s. reeds hebben aangekondigd hoger beroep in te zullen stellen tegen het tussenvonnis, zal de onderhavige procedure naar de parkeerrol worden verwezen in afwachting van de uitkomsten van het hoger beroep. De partij die het beroep instelt tegen het tussenvonnis dient de rechtbank daarvan op de hoogte te stellen. Indien geen van partijen hoger beroep instelt tegen het tussenvonnis, kunnen partijen de rechtbank verzoeken om voortzetting van de procedure in eerste aanleg.
2.7.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
bepaalt dat tegen het in deze zaak op 24 augustus 2022 gewezen tussenvonnis tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld;
3.2.
verwijst de zaak naar de parkeerrol van woensdag
5 april 2023;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman, mr. J. van der Kluit en mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2022. [1]

Voetnoten

1.type: 1538