Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.De gronden van de beslissing
[de minderjarige]:
[de minderjarige], op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
Rechtbank Noord-Holland
De biologische vader heeft verzocht om een voorlopige omgangsregeling met zijn 7-jarige kind, waarbij omgang op zaterdagmiddag zou plaatsvinden, eventueel begeleid door een hulpverleningsinstantie. De vader heeft tot nu toe nauwelijks een rol gespeeld in het leven van het kind en is sinds het voorjaar van 2020 uit het leven van het kind verdwenen. Hij kampt met ernstige gezondheidsproblemen en wil snel een rol spelen in het leven van het kind.
De moeder voert verweer en stelt dat het kind kampt met overprikkeldheid en verlatingsangst, waardoor het kind nog niet de draagkracht heeft voor omgang. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eerst hulpverlening voor het kind, waarna beoordeeld kan worden of omgang, al dan niet begeleid, mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat het kind kwetsbaar is en dat er geen garantie is dat de vader stabiel in het leven van het kind zal blijven. Daarom wordt het verzoek tot een voorlopige omgangsregeling afgewezen. De vader wordt geadviseerd zijn houding ten aanzien van hulpverlening te heroverwegen met het oog op de bodemprocedure. De rechtbank vertrouwt erop dat de moeder het contactherstel zal ondersteunen mits er eerst meer vertrouwen tussen ouders wordt opgebouwd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige omgangsregeling wordt afgewezen vanwege de kwetsbaarheid van het kind en het ontbreken van stabiliteit bij de vader.