ECLI:NL:RBNHO:2022:12096

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
9784183 \ WM VERZ 22-338
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVBijlage I RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen boete voor overtreding gesloten verklaring motorvoertuigen

Betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, aangeduid met bord C6 uit bijlage I van het RVV 1990. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 24 mei 2022 was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. Uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, blijkt voldoende dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene erkende de gedraging niet te betwisten, maar voerde aan dat hij een bewoner van Den Ilp had thuisgebracht die een ontheffing voor de gesloten verklaring had.

De kantonrechter oordeelde dat omdat betrokkene zelf niet in het bezit was van een ontheffing, de boete terecht is opgelegd. Er waren geen gronden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de gesloten verklaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9784183 \ WM VERZ 22-338
CJIB-nummer : 236115532
Uitspraakdatum : 24 mei 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 mei 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism een gesloten verklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C 6 bijlage I RVV 1990.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheid dat hij een bewoner van Den Ilp heeft thuis gebracht. Deze bewoner is in het bezit van een ontheffing voor de geslotenverklaring.
De kantonrechter overweegt dat nu betrokkene zelf niet in het bezit is van een ontheffing de boete terecht is opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: