ECLI:NL:RBNHO:2022:12108

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juni 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
9738940 \ WM VERZ 22-202
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 10 WAHVArt. 14 WAHVArtikel 3 lid 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens ontbreken foto bij boete voor overtreding gesloten verklaring weggedeelte

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring op een weggedeelte bestemd voor bepaalde voertuigen. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting was de gemachtigde van betrokkene afwezig. De officier van justitie handhaafde het standpunt, maar gaf aan dat er geen foto van de overtreding in het dossier zat, hoewel deze opgevraagd kon worden. De kantonrechter oordeelde dat de foto noodzakelijk is voor beoordeling en dat deze, in strijd met artikel 10 WAHV Pro, niet in het dossier aanwezig is.

De kantonrechter zag geen reden om de officier van justitie nog een termijn te geven voor het aanleveren van de foto. Hierdoor is de boete onrechtmatig opgelegd en werd het beroep gegrond verklaard. Tevens werd proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende zaken en een aangepaste waardering van proceshandelingen.

De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. De uitspraak is gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd wegens ontbreken van de foto in het dossier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9738940 \ WM VERZ 22-202
CJIB-nummer : 238122882
Uitspraakdatum : 2 juni 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 mei 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Aanvullend stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat er geen foto van de gedraging in het dossier zit, maar dat deze alsnog kan worden opgevraagd bij de verbaliserende instantie.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met gesloten verklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd en stelt dat de foto van de gedraging ontbreekt zodat de gedraging niet kan worden vastgesteld en de beschikking dient te worden vernietigd.
In deze zaak bevat de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht, naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, slechts een weergave van het overtreden wetsartikel, de opgave van de RDW en het geslacht van de betrokkene. De verklaring van de verbalisant houdt niet in dat er een foto van de gedraging beschikbaar is. Dat de overtreding met een fotocamera is geregistreerd, is in de beroepsfase bij de kantonrechter gebleken. Maar ook bij de kantonrechter bevindt de foto zich niet in het dossier. Voor de compleetheid van het dossier dient de officier van justitie zorg te dragen. Deze moet, ingevolge artikel 10 van Pro de Wahv, het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank brengen.
De kantonrechter acht voor de beoordeling van onderhavige zaak kennisneming van de gedraging gemaakte foto noodzakelijk. Deze foto bevindt zich echter, in strijd met artikel 10 van Pro de Wahv, niet in het dossier. De kantonrechter ziet geen reden om de officier van justitie nog een termijn te geven om een foto te overleggen, omdat daarvoor al voldoende gelegenheid is geweest.
Dat betekent dat de boete is opgelegd in strijd met de beleidsregels en dat er niet tot handhaving mag worden overgegaan. De boete is dus ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd, moeten worden vernietigd.
De gemachtigde heeft een kostenveroordeling gevraagd wegens een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie rekening gehouden met 1,5 proceshandeling (het indienen van een beroepschrift en de telefonische hoorzitting) met een waarde per punt van € 541,00 en een wegingsfactor van 0,5en voor de procedure bij de kantonrechter 1 proceshandeling (het indienen van het beroepschrift) met een waarde van € 759,00 en een wegingsfactor van 0,5.
De gemachtigde van betrokkene heeft beroep ingesteld in twee zaken, welke door de kantonrechter als samenhangende zaken worden beschouwd. Onderhavige zaak is immers gelijktijdig met de zaken met kenmerk 9738946 \ WM VERZ 22-204, 9738968 \ WM VERZ 22-208 en 9784387 \ WM VERZ 22-362 behandeld, waarin rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek zijn. Deze zaken worden op grond artikel 3 lid 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht beschouwd als één zaak. Dat betekent dat de wegingsfactor voor samenhangende zaken wordt toegepast, in dit geval 1,5. De hoogte van de vergoeding zal gelet op het aantal door de gemachtigde van betrokkene verrichte proceshandelingen en met toepassing van wegingsfactor 1,5 worden vastgesteld op € 1.177,88 (1,5 x € 541,00 x 0.5 + 1 x € 759,00 x 0,5 x 1,5) voor deze genoemde zaken samen.
De kantonrechter is, anders dan voorheen, van oordeel dat bij de vaststelling van de vergoeding van de proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen een half punt moet worden toegekend en niet een heel punt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een uitspraak van 17 januari 2022 (ECLI: NL:GHARL:2022:280) heeft geoordeeld dat toekenning van een heel punt op een onjuiste rechtsopvatting berust en dat in het kader van een uniforme rechtstoepassing een half punt behoort te worden toegekend voor een telefonisch door de officier van justitie gehouden hoorzitting.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.177,88 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: