ECLI:NL:RBNHO:2022:12111

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juni 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
9738968 \ WM VERZ 22-208
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 10 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor overtreding gesloten verklaring wegdeel voor bepaalde voertuigen gegrond

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring op een wegdeel bestemd voor een bepaalde categorie voertuigen. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar de gemachtigde van betrokkene niet. De officier van justitie handhaafde het standpunt en gaf aan dat er geen foto van de overtreding in het dossier zat, maar dat deze opgevraagd kon worden.

De kantonrechter oordeelde dat de foto noodzakelijk is voor de beoordeling van de zaak en dat deze, ondanks dat er voldoende gelegenheid was geweest, niet in het dossier is opgenomen. Dit is in strijd met artikel 10 van Pro de WAHV. Hierdoor is de boete opgelegd in strijd met de beleidsregels en kan niet tot handhaving worden overgegaan. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de beschikking vernietigd.

De kantonrechter besloot tevens dat het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, moet worden terugbetaald. Op het verzoek tot proceskostenvergoeding werd niet meer beslist vanwege samenhang met een andere zaak.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd vanwege het ontbreken van de noodzakelijke foto in het dossier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9738968 \ WM VERZ 22-208
CJIB-nummer : 238122815
Uitspraakdatum : 2 juni 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 mei 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Aanvullend stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat er geen foto van de gedraging in het dossier zit, maar dat deze alsnog kan worden opgevraagd bij de verbaliserende instantie.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met gesloten verklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd en stelt dat de foto van de gedraging ontbreekt zodat de gedraging niet kan worden vastgesteld en de beschikking dient te worden vernietigd.
In deze zaak bevat de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht, naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, slechts een weergave van het overtreden wetsartikel, de opgave van de RDW en het geslacht van de betrokkene. De verklaring van de verbalisant houdt niet in dat er een foto van de gedraging beschikbaar is. Dat de overtreding met een fotocamera is geregistreerd, is in de beroepsfase bij de kantonrechter gebleken. Maar ook bij de kantonrechter bevindt de foto zich niet in het dossier. Voor de compleetheid van het dossier dient de officier van justitie zorg te dragen. Deze moet, ingevolge artikel 10 van Pro de Wahv, het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank brengen.
De kantonrechter acht voor de beoordeling van onderhavige zaak kennisneming van de gedraging gemaakte foto noodzakelijk. Deze foto bevindt zich echter, in strijd met artikel 10 van Pro de Wahv, niet in het dossier. De kantonrechter ziet geen reden om de officier van justitie nog een termijn te geven om een foto te overleggen, omdat daarvoor al voldoende gelegenheid is geweest.
Dat betekent dat de boete is opgelegd in strijd met de beleidsregels en dat er niet tot handhaving mag worden overgegaan. De boete is dus ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd, moeten worden vernietigd.
Nu de kantonrechter onderhavige zaak als samenhangend beschouwd met de andere ter zitting behandelde zaak met kenmerk 9738940 \ WM VERZ 22-202, behoeft op het verzoek tot proceskostenvergoeding niet meer te worden beslist.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: