Partijen sloten in 2002 een overeenkomst waarbij eiser als havenmeester toezicht hield op de verenigingshaven Schoteroog en gebruiksrecht had van een dienstwoning op het terrein. De vereniging kon de overeenkomst alleen opzeggen indien eiser zijn verplichtingen niet nakwam. Sinds 2016 werd gesproken over een einddatum vanwege de leeftijd van eiser, maar hij weigerde verder overleg.
De vereniging stelde dat eiser zijn verplichtingen niet volledig nakwam, onder meer door het weigeren van overleg en opdrachten, en zegde de overeenkomst op per 30 mei 2023. De Algemene Ledenvergadering bekrachtigde dit besluit. Eiser stelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was en dat het opzeggingsbesluit vernietigbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de vereniging de overeenkomst rechtsgeldig kon opzeggen omdat eiser zijn verplichtingen niet volledig nakwam door het overleg te frustreren. De stemming van de leden toonde brede steun voor beëindiging. Wel stelde de rechtbank het rechtsgevolg van de opzegging uit tot 1 januari 2024 om eiser en zijn echtgenote voldoende tijd te geven om vervangende woonruimte te vinden.
De primaire vorderingen van eiser werden afgewezen, maar het verzoek om uitstel van het rechtsgevolg werd toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd omdat geen partij volledig in het ongelijk werd gesteld.