Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 20 december 2022 in de zaak tussen
[bedrijfsnaam 1] GmbH, hierna eiseres
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, curator van een ontbonden vennootschap, stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de douane inzake een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen van textielgoederen. De douane voerde aan dat de aangifte nog in verificatie was en dat er nog geen definitieve uitnodiging tot betaling was gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het doen van een douaneaangifte geen aanvraag is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor artikel 44, eerste lid, tweede volzin, van het Douanewetboek van de Unie niet van toepassing is. Hierdoor ontbrak het recht op beroep tegen het vermeende niet tijdig nemen van een besluit.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat er geen gat in de rechtsbescherming was, aangezien eiseres de mogelijkheid had om te verzoeken om onmiddellijke mededeling van de douaneschuld, waartegen wel beroep mogelijk is. Ook was op de aangifte later een uitnodiging tot betaling gevolgd waartegen bezwaar was gemaakt.
Gelet op deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige douanekamer van de Rechtbank Noord-Holland op 20 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het doen van een douaneaangifte geen aanvraag is en er geen recht op beroep bestaat.