Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:12210

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
2 februari 2023
Zaaknummer
10174416 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor gebruik verdrijvingsvlak ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het gebruik van een verdrijvingsvlak als bestuurder. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 16 december 2022 verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie, terwijl de gemachtigde van betrokkene niet aanwezig was. De kantonrechter baseerde zich vooral op de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs leverde dat de gedraging had plaatsgevonden. De enkele ontkenning van betrokkene was onvoldoende om aan deze verklaring te twijfelen.

De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en wees het beroep af. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door kantonrechter B. Voogd. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens gebruik van een verdrijvingsvlak wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10174416 \ WM VERZ 22-917
CJIB-nummer : 241010645
Uitspraakdatum : 16 december 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
[gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 december 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Gemachtigde van betrokkene is verzocht om de gronden aan te vullen bij aangetekende brief van 11 november 2022. De kantonrechter heeft geen aanvullende gronden ontvangen. In het beroepschrift bij de kantonrechter wordt de gedraging ontkent.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Een enkele ontkenning is onvoldoende om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: