Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren op een voetpad, wat in strijd is met artikel 11, derde lid, van de WAHV. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat hij niet op de betreffende locatie had geparkeerd en dat hij niet in staat was de zekerheid te betalen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die stelde dat het voertuig geparkeerd stond op een voetpad zonder geldige ontheffing, voldoende bewijs vormt voor het vaststellen van de overtreding. Betrokkene heeft onvoldoende concrete feiten of bewijs aangevoerd om de verklaring van de verbalisant te betwijfelen. De enkele ontkenning volstaat niet.
Ook was er aanleiding om de zekerheid te verlagen tot nihil, zodat inhoudelijk op de zaak kon worden ingegaan. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd op 4 juli 2022 in Alkmaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op het voetpad wordt ongegrond verklaard.