Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990). Betrokkene stelde dat zij noodgedwongen tegen de richting in terug moest rijden vanwege een vrachtwagen die de bocht niet kon maken en dat zij niet wist dat zij een brug eerder had kunnen oversteken.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Op de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter benadrukte dat het aan de weggebruiker is om het rijgedrag zo aan te passen dat verkeersborden tijdig worden waargenomen en dat kennis kan worden genomen van de inhoud daarvan. Betrokkene had de keuze om achteruit te rijden of vooruit te rijden en daarna te keren, maar koos ervoor de geslotenverklaring te negeren. De gevolgen van die keuze zijn voor haar risico.
De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard.