Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren voor een in- en/of uitrit, hetgeen verboden is volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, maar de officier van justitie verklaarde dit ongegrond of niet-ontvankelijk. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 24 juni 2022 verschenen zowel de vertegenwoordiger van de officier van justitie als betrokkene. De kantonrechter beoordeelde de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, en concludeerde dat de overtreding voldoende vaststond. Betrokkene erkende de gedraging, maar verwees naar de omstandigheden van het geval.
Hoewel parkeren voor een in- of uitrit verboden is, ook als het een eigen in- of uitrit betreft, zag de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen. De officier van justitie stelde dit ook voor. De boete werd daarom gematigd tot €50, met handhaving van de administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
De kantonrechter bepaalde tevens dat het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling terugbetaald moest worden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger dan €70 zou zijn geweest.
Uitkomst: De boete voor parkeren voor een in- en uitrit is gematigd tot €50, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond is verklaard.