ECLI:NL:RBNHO:2022:12221

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 juni 2022
Publicatiedatum
2 februari 2023
Zaaknummer
9858662 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVArt. 24 lid 1 sub b Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen boete parkeren voor in- en uitrit met matiging

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren voor een in- en/of uitrit, hetgeen verboden is volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, maar de officier van justitie verklaarde dit ongegrond of niet-ontvankelijk. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 24 juni 2022 verschenen zowel de vertegenwoordiger van de officier van justitie als betrokkene. De kantonrechter beoordeelde de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, en concludeerde dat de overtreding voldoende vaststond. Betrokkene erkende de gedraging, maar verwees naar de omstandigheden van het geval.

Hoewel parkeren voor een in- of uitrit verboden is, ook als het een eigen in- of uitrit betreft, zag de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen. De officier van justitie stelde dit ook voor. De boete werd daarom gematigd tot €50, met handhaving van de administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

De kantonrechter bepaalde tevens dat het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling terugbetaald moest worden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger dan €70 zou zijn geweest.

Uitkomst: De boete voor parkeren voor een in- en uitrit is gematigd tot €50, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9858662 \ WM VERZ 22-440
CJIB-nummer : 243941114
Uitspraakdatum : 24 juni 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 juni 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren voor een in- en/of uitrit.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft de gedraging ook erkend, maar beroept zich op de opstandigheden van het geval. Ingevolge artikel 24 lid 1 sub b Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990 mag de bestuurder zijn voertuig niet parkeren voor een inrit of een uitrit, zelfs niet als het een eigen in- en/of uitrit betreft. Dit laatste is voor een verbalisant immers doorgaans niet vast te stellen. Echter, ziet de kantonrechter in dit specifieke geval, zoals de vertegenwoordiger van de officier van justitie ter zitting ook heeft voorgesteld, aanleiding om de boete te matigen tot € 50,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de inleidende beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,00 ( met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: