In deze zaak vordert de dochter betaling van het saldo van haar spaarrekening, dat door haar vader in 2014 zonder haar toestemming werd opgeheven en overgemaakt naar zijn eigen rekening. De vader erkent een deel van het bedrag verschuldigd te zijn, maar betwist de volledige vordering.
De rechtbank oordeelt dat de vader onrechtmatig heeft gehandeld door het saldo van de spaarrekening zonder toestemming over te maken en veroordeelt hem tot betaling van het volledige saldo van €3.566,60, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 november 2014. Daarnaast moet de vader de achterstallige stortingen betalen die hij volgens het echtscheidingsconvenant verschuldigd was, zijnde €45 per kwartaal over 33 kwartalen, totaal €1.485, met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
De rechtbank wijst de hogere vordering van de dochter af omdat onvoldoende is onderbouwd dat zij meer schade heeft geleden. De vader wordt tevens veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 21 december 2022 gewezen door de kantonrechter.