Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De verbalisant verklaarde dat betrokkene tijdens het rijden een Apple iPhone vasthield ter hoogte van het gezichtsveld. Betrokkene ontkende dit en stelde dat zij bij het wachten voor een rood licht een pakje sigaretten uit haar tas pakte.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien. Een enkele ontkenning is onvoldoende, zeker omdat betrokkene bij staandehouding niets verklaarde over het pakje sigaretten. De boete is terecht opgelegd en er is geen reden tot matiging. Het beroep wordt ongegrond verklaard.