Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:12285

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 december 2022
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
10164344 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 1 WidArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens niet tonen rijbewijs ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet op eerste vordering tonen van het rijbewijs. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op de zitting van 7 december 2022 verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie, maar de gemachtigde van betrokkene was afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de wijze waarop de ambtenaar de identiteit van de bestuurder had vastgesteld voldoende was. De enkele stelling dat een familielid mogelijk de vragen zou hebben beantwoord, was onvoldoende om twijfel te zaaien.

De ambtenaar had het rijbewijs onderzocht en vastgesteld dat dit geldig was en dat betrokkene de bestuurder was. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens het niet tonen van het rijbewijs is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10164344 \ WM VERZ 22-906
CJIB-nummer : 245706230
Uitspraakdatum : 14 december 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 december 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Gemachtigde van betrokkene voert aan dat de identiteit van de bestuurder niet op juiste wijze is vastgesteld. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens: (…) Bij onderzoek is gebleken dat aan betrokkene een geldig rijbewijs voor de onderhavige categorie(n) was afgegeven (…) Controlevragen gesteld:

1. Naam en geboortedatum betrokkene

2. Adresgegevens betrokkene

3. naam en geboortedatum ouders van betrokkene. (…)”

De kantonrechter ziet in de wijze waarop de ambtenaar de identiteit van de bestuurder heeft vastgesteld geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de betrokkene degene is geweest die is staande gehouden. De enkele niet onderbouwde stelling dat iemand anders (familielid) mogelijk kan antwoorden op de controlevragen is daartoe onvoldoende. Anders dan de gemachtigde meent is de ambtenaar niet verplicht om de identiteit van de bestuurder vast te stellen conform artikel 1 van Pro de Wid, maar kan deze ook op andere wijze worden vastgesteld. Bovendien heeft de ambtenaar ter plaatse onderzoek verricht naar het rijbewijs, waarvan bleek dat deze geldig was en daarmee ook vastgesteld dat de betrokkene de bestuurder was. Aldus staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de betrokkene degene is geweest die is staande gehouden. Het beroep is dan ook ongegrond
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: