ECLI:NL:RBNHO:2022:12292

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 december 2022
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
9981403 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVArt. 4:84 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve boete wegens handelen in strijd met gesloten verklaring afgewezen

Betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 7 december 2022 verschenen zowel de gemachtigde van betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De officier van justitie handhaafde het standpunt en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.

De kantonrechter overwoog dat de gedraging voldoende was komen vast te staan op basis van de verklaring van de verbalisant. Het verweer dat sprake zou zijn van een fuik of dat er een plattegrond ontbrak, werd verworpen, mede gelet op relevante jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Ook het argument dat de gedraging niet opzettelijk was begaan, faalde omdat voor het opleggen van de boete geen opzet vereist is.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2022.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve boete wegens handelen in strijd met een gesloten verklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9981403 \ WM VERZ 22-650
CJIB-nummer : 243940042
Uitspraakdatum : 14 december 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 december 2022 Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Gemachtigde stelt dat er een plattegrond ontbreekt in het dossier. Het ontbreken van genoemde stukken betekent niet dat sprake is van strijd met het Beleidskader. De kantonrechter knoopt hierbij aan bij de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 december 2021 (te vinden op www.rechtspraak.nl, onder ECLI:NL:GHARL:2021:11950 rov. 10).
Met betrekking tot het verweer dat er sprake zou zijn van een fuik, verwijst de kantonrechter naar een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 november 2021, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2021:10691).
De kantonrechter stelt op grond van het voorgaande vast dat in dit geval niet is gehandeld in strijd met de geldende beleidsregels en dat er daarmee ook geen sprake is van schending van artikel 4:84 Awb Pro. Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. Voor het opleggen van een boete bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: