ECLI:NL:RBNHO:2022:12304
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet tijdig beslissen op verzoek om voorschot schadevergoeding UWV
Eiser ontving vanaf 2003 een WAO-uitkering en stelde dat verschillende besluiten van het UWV onrechtmatig waren, waardoor hij schadevergoeding vorderde. Hij verzocht op 1 april 2022 om een voorschot op deze schadevergoeding, waarop het UWV op 2 juni 2022 schriftelijk afwijzend heeft beslist.
Eiser stelde dat het UWV niet tijdig had beslist en dat de brief van 2 juni 2022 geen expliciete beslissing op het voorschotverzoek bevatte. De rechtbank oordeelde echter dat de afwijzing van de schadevergoeding ook de afwijzing van het voorschot omvatte, omdat het voorschot onlosmakelijk verbonden is met de vaststelling van een betalingsverplichting.
De rechtbank stelde vast dat het UWV binnen de termijn van twee weken na ingebrekestelling had beslist, waardoor geen dwangsommen verschuldigd zijn. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op het verzoek om een voorschot is ongegrond verklaard.