ECLI:NL:RBNHO:2022:12319

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
9884428 WM VERZ 22-1132
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor parkeren op plaats voor onmiddellijk laden en lossen afgewezen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Op de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant, die stelde dat gedurende tien minuten geen laad- of losactiviteiten rond het voertuig waren waargenomen. Betrokkene stelde dat er de hele dag werd geladen en gelost, maar dit werd niet aannemelijk geacht.

De kantonrechter hanteerde de definitie van de Hoge Raad (HR 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760), waarin onmiddellijk laden of lossen wordt omschreven als het bij voortduring in- of uitladen van goederen direct na het tot stilstand brengen van het voertuig gedurende de benodigde tijd. Omdat er geen activiteiten waren gedurende een periode van tien minuten, was er geen sprake van onmiddellijk laden of lossen.

Verder oordeelde de kantonrechter dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden, ondanks dat op andere momenten mogelijk niet werd gehandhaafd. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op een plaats voor onmiddellijk laden en lossen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9884428 \ WM VERZ 22-1132
CJIB-nummer : 241016029
Uitspraakdatum : 26 augustus 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
Betrokkene heeft in het beroepschrift aangegeven dat er sprake was van laden en lossen gedurende die hele dag. Om te kunnen toetsen of er sprake is van ‘laden en lossen’, heeft de Hoge Raad een definitie vastgesteld:

Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.” (HR 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder Nummer ECLI:NL:HR:1999:AA2760).
De verbalisant heeft verklaard dat er gedurende een periode van 10 minuten geen activiteiten rond het voertuig waarneembaar waren. De kantonrechter heeft geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Hierdoor staat vast dat er niet geladen en gelost werd zoals blijkt uit de hiervoor opgenomen definitie van de Hoge Raad. Het is niet toegestaan om een voertuig te laten staan, zodat hier indien nodig snel weer gebruik van kan worden gemaakt.
Van schending van het gelijkheidsbeginsel is sprake wanneer zonder geldige reden ten nadele van betrokkene is afgeweken van het beleid ten aanzien van gedragingen als de onderhavige. Het staat de overheid vrij van tijd tot tijd en op de door haar te bepalen tijdstippen te controleren of weggebruikers zich houden aan de verkeersvoorschriften. De omstandigheid dat er op andere momenten aan overtreders geen administratieve boete wordt opgelegd, zoals betrokkene stelt, leidt niet tot het oordeel dat er in het onderhavige geval sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel of van willekeur.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: