Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:12322

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
9898635 WM VERZ 22-1211
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het rijden van 6 km per uur harder dan toegestaan binnen de bebouwde kom. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 26 augustus 2022 werd vastgesteld dat voldoende bewijs aanwezig was dat de overtreding had plaatsgevonden. Dit bleek uit de verklaring van de verbalisant en uit een schouwrapport van de Provincie Noord-Holland, waaruit bleek dat de relevante bebording (bord H1 en A1) op de dag van de overtreding aanwezig was langs de rijroute van betrokkene.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene had kunnen en moeten weten dat de maximumsnelheid 50 km per uur bedroeg. Er was geen reden om de boete te matigen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding vanwege het pas op de zitting overleggen van het schouwrapport werd afgewezen, omdat dit geen bijzondere omstandigheden vormde die een vergoeding rechtvaardigden.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter E. Kanninga-Jonker en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9898635 \ WM VERZ 22-1211
CJIB-nummer : 237117436
Uitspraakdatum : 9 september 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde].

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 6 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene had door de aanwezigheid van bebording H1 op de Cruquiusweg ervan op de hoogte kunnen en moeten zijn dat er niet harder dan 50 km per uur mocht worden gereden. Dat het bord H1 aanwezig is geweest, is voldoende gebleken uit de stukken van een schouwronde van 26 en 28 augustus 2020, opgemaakt door de Provincie Noord-Holland. Daaruit blijkt immers dat er op de dag van de geconstateerde gedraging, 28 augustus 2020, een bord H1 en bord A1 aanwezig waren op de N201 vanuit de richting Hoofddorp en richting Heemstede (wat de rijroute betreft die betrokkene heeft aangegeven te hebben gereden) ter hoogte van de Ingenieur Lelylaan. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
[gemachtigde] heeft de kantonrechter verzocht om, ondanks ongegrondverklaring, evengoed een proceskostenvergoeding toe te kennen vanwege het pas op zitting overleggen van het schouwrapport van de Provincie Noord-Holland. Hier ziet de kantonrechter echter geen aanleiding toe. Het gerechtshof Arnhem Leeuwarden heeft in een arrest van 6 april 2021 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:3244) aangegeven dat er ondanks de omstandigheid dat een betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld er toch omstandigheden kunnen zijn waaronder het redelijk is om een proceskostenvergoeding toe te kennen. Zodanige omstandigheden doen zich hier naar het oordeel van de kantonrechter echter niet voor. In voornoemd arrest is er namelijk sprake van de omstandigheid dat de zitting in het geheel niet kon worden gehouden, aangezien de betreffende vertegenwoordiger van de officier van justitie zich niet had voorbereid. Hierdoor kon de behandeling van het beroep in het geheel geen doorgang vinden. Dat is hier niet aan de orde. Alhoewel het niet altijd even praktisch is dat kort voor de zitting of óp de zitting aanvullende stukken worden overgelegd, is dat wel toegestaan, en is dat geen reden om (mede) op grond van die overgelegde stukken bij het niet in het gelijk stellen van betrokkene dan toch proceskosten toe te kennen aan de beroepsvertegenwoordiger van betrokkene. Er zal dan ook geen proceskostenvergoeding worden toegekend.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: