Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:12326

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
9884413 WM VERZ 22-1129
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor parkeren op groenstrook

Betrokkene heeft een administratieve boete gekregen wegens het parkeren van een voertuig op een groenstrook, wat volgens de geldende verkeersregels verboden is. Ondanks de stelling dat het moeilijk was een andere parkeerplek te vinden en dat betrokkene anders te laat zou komen op een afspraak, oordeelde de rechtbank dat dit geen reden is om de boete te matigen.

De officier van justitie had het beroep van betrokkene tegen de boete reeds ongegrond verklaard, waarna betrokkene in beroep ging bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 26 augustus 2022 verschenen zowel betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie.

De kantonrechter stelde vast dat uit de verklaring van de verbalisant en de overige dossierstukken voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Het parkeren op een groenstrook is verboden en de boete is terecht opgelegd. De omstandigheden van betrokkene rechtvaardigen geen matiging van de boete. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op een groenstrook wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9884413 \ WM VERZ 22-1129
CJIB-nummer : 244439662
Uitspraakdatum : 26 augustus 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Vast staat dat de plek waar betrokkene het voertuig heeft geparkeerd een groenstrook betreft. Parkeren in een groenstrook is niet toegestaan. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Betrokkene heeft het risico genomen beboet te worden, en dat dient dan ook voor rekening en risico van betrokkene te blijven. Dat het lastig was om een andere parkeerplek te vinden en dat hij te laat op een afspraak zou komen als hij zou besluiten verder te gaan zoeken naar een plek waar het wel toegestaan zou zijn om te parkeren, maakt dit niet anders.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: