Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:12330

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
9884313 WM VERZ 22-1122
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVArt. 159 Wegenverkeerswet 1994Art. 160 lid 1 onder b Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet ter inzage afgeven rijbewijs op eerste vordering

Betrokkene werd een boete opgelegd wegens het niet behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs op de eerste vordering van een bevoegde persoon. Betrokkene voerde aan dat hij slechts een foto van het rijbewijs had getoond en dat dit voldoende zou moeten zijn. Tevens stelde hij dat overmacht bestond omdat hij vanwege corona geen veilige plek had om het rijbewijs mee te nemen.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter bevestigde dit oordeel. Volgens de Wegenverkeerswet 1994 is het tonen van een foto niet gelijk aan het ter inzage afgeven van het rijbewijs. De door betrokkene aangevoerde overmacht werd niet aanvaard omdat het niet voldeed aan de criteria voor overmacht.

De kantonrechter wees het beroep af en zag geen aanleiding tot matiging van de boete. De uitspraak werd gedaan in afwezigheid van betrokkene, die niet op de zitting verscheen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9884313 \ WM VERZ 22-1122
CJIB-nummer : 241406972
Uitspraakdatum : 26 augustus 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Uit artikel 160 lid 1 onder Pro b van de Wegenverkeerswet 1994 blijkt het volgende:

Op de eerste vordering van de inartikel 159 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2022-05-20)bedoelde personen is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat motorrijtuig te doen stilhouden alsmede de volgende bewijzen behoorlijk ter inzage af te geven:
……
het rijbewijs dan wel het hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs en, indien hem buiten Nederland een internationaal rijbewijs is afgegeven, dat bewijs;
Betrokkene heeft aangevoerd dat hij een foto van het rijbewijs heeft laten zien. Een foto van een rijbewijs tonen, is echter niet hetzelfde als een rijbewijs ter inzage afgeven. De boete is dus terecht opgelegd.
Betrokkene heeft aangevoerd dat er sprake was van overmacht. Wegens corona kon hij op de voetbalclub geen gebruik maken van kluisjes en kleedkamer om daar het rijbewijs veilig op te bergen, en hij heeft er daarom voor gekozen om het rijbewijs niet mee te nemen. Dit is echter naar het oordeel van de kantonrechter geen overmachtssituatie, waardoor de kantonrechter geen aanleiding ziet om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: