Betrokkene werd een boete opgelegd wegens het niet behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs op de eerste vordering van een bevoegde persoon. Betrokkene voerde aan dat hij slechts een foto van het rijbewijs had getoond en dat dit voldoende zou moeten zijn. Tevens stelde hij dat overmacht bestond omdat hij vanwege corona geen veilige plek had om het rijbewijs mee te nemen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter bevestigde dit oordeel. Volgens de Wegenverkeerswet 1994 is het tonen van een foto niet gelijk aan het ter inzage afgeven van het rijbewijs. De door betrokkene aangevoerde overmacht werd niet aanvaard omdat het niet voldeed aan de criteria voor overmacht.
De kantonrechter wees het beroep af en zag geen aanleiding tot matiging van de boete. De uitspraak werd gedaan in afwezigheid van betrokkene, die niet op de zitting verscheen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.