ECLI:NL:RBNHO:2022:12336

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
9884842 WM VERZ 22-1154
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVBijlage 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens twijfel over ontheffingsinformatie geslotenverklaring Spaarndammerdijk

Betrokkene werd beboet voor het rijden zonder ontheffing door een geslotenverklaring op de Spaarndammerdijk op 31 mei 2021. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene stelde dat zij op de gemeentelijke website had gelezen dat bewoners automatisch een ontheffing kregen.

De kantonrechter stelde vast dat de overtreding bewezen was, mede aan de hand van het proces-verbaal en Google Maps. Hoewel betrokkene geen ontheffing had, werd haar beroep gedeeltelijk gegrond verklaard vanwege twijfel over de exacte tekst op de gemeentelijke website. De overgelegde tekst was niet onomstotelijk en kon verwarring hebben veroorzaakt.

Daarom werd de boete gematigd tot nihil en het door betrokkene betaalde bedrag terugbetaald. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd. Het beroep werd op die grond gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Boete wegens rijden zonder ontheffing door geslotenverklaring wordt gematigd tot nihil wegens twijfel over gemeentelijke informatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9884842 \ WM VERZ 22-1154
CJIB-nummer : 242370035
Uitspraakdatum : 9 september 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen, vergezeld door haar partner. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage 1 RVV 1990, en is verricht op 31 mei 2021.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene is geflitst terwijl zij op Spaarndammerdijk reed. Door de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen, alsmede door het raadplegen van Google Maps door de kantonrechter, is duidelijk geworden dat er op diverse plekken op en voor de Spaardammerdijk bebording aanwezig is die duidelijk maakt dat niet alle verkeer te allen tijde over de Spaarndammerdijk mag rijden. Dat betrokkene haar dochter naar school bracht en naar eigen zeggen niet langs bebording is gekomen, doet daar naar het oordeel van de kantonrechter niet toe. De Spaarndammerdijk is een belangrijke verbindingsweg, en betrokkene heeft toegegeven er toen al van op de hoogte te zijn geweest dat er een inrijdverbod gold voor anderen dan bewoners. Bewoners dienen een ontheffing te hebben. Betrokkene bleek geen ontheffing te hebben. De boete is dan ook terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet echter in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd aanleiding om de boete te matigen tot nihil. Betrokkene heeft aangevoerd dat zij van de website van de gemeente had begrepen dat bewoners automatisch een ontheffing kregen. Zij stelt de volgende tekst op de website van de gemeente te hebben gelezen:

Alle bewoners van Spaarndam, adressen met postcodes [postcode] en [postcode] en Zijkanaal B. Vaste bewoners die zijn ingeschreven in het bevolkingsregister en tijdelijke bewoners met bewijs tijdelijke bewoning. Voor inwoners worden de permanente ontheffingen van Spaardam eenmalig uitgegeven. Ze blijven geldig zolang kenteken en adres niet wijzigen.”
Deze tekst is niet overgelegd in de vorm van een screenshot, zodat niet onomstotelijk blijkt dat dit inderdaad op de gemeente-site zo opgenomen is geweest. Ook is, bij raadplegen van de site van de gemeente Haarlem, te zien dat er een tekst staat waaruit blijkt dat inwoners van Spaarndam (en ook mensen die er werken) een ontheffing dienen aan te vragen. Verder blijkt uit bovenstaande tekst niet in welke context deze opgenomen was, terwijl de tekst wel doet vermoeden dat er in ieder geval nog tekst voor dit tekstblokje moet zijn geweest dat inhaakt op het door betrokkene opgenomen stukje tekst. De kantonrechter zal ondanks de vragen die dit stuk tekst nog heeft opgeworpen betrokkene in dit geval, in deze zaak, het voordeel van de twijfel gunnen. Als de tekst er zo heeft gestaan, kan dit haar in verwarring hebben gebracht. De boete zal daarom worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: