ECLI:NL:RBNHO:2022:12376

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 december 2022
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
10108206 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 13a WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen proceskostenvergoeding na vernietiging administratieve boete afgewezen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd waartegen hij beroep instelde bij de officier van justitie. Deze verklaarde het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter. De officier van justitie vernietigde de boete en kende een proceskostenvergoeding toe.

Het beroepschrift van betrokkene richtte zich uitsluitend tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding, stellende dat de zaak ten onrechte als samenhangend met 19 andere zaken was aangemerkt. De officier van justitie stelde dat de zaken terecht als samenhangend werden beschouwd omdat het om identieke pro forma beroepen ging zonder inhoudelijke gronden en zonder hoorzitting.

De kantonrechter constateerde dat de 20 zaken inderdaad pro forma en vrijwel identiek waren, met standaard tekstblokken en gelijke beroepsgronden, en dat gelijktijdig werd beslist. Betrokkene kon onvoldoende onderbouwen waarom er geen samenhang zou zijn. Daarom oordeelde de kantonrechter dat de werkzaamheden voor de gemachtigde nagenoeg identiek waren en dat de samenhang juist was vastgesteld.

Hierdoor werd het beroep tegen de proceskostenvergoeding ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar.

Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding is ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van proceskosten is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10108206 \ WM VERZ 22-850
CJIB-nummer : 248892049
Uitspraakdatum : 8 december 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Bezwaartegenverkeersboetes.nl

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 december 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De officier van justitie heeft de boete vernietigd en een proceskostenvergoeding van
€ 405,75 toegekend. Het beroepschrift van gemachtigde van betrokkene richt zich alleen tot de toekenning van deze proceskostenvergoeding. Het beroepschrift aan de kantonrechter dient dus behandeld te worden als een verzoek op de voet van artikel 13a WAHV.
Gemachtigde van betrokkene voert in het beroepschrift aan dat de officier van justitie in zijn beslissing van 28 juni 2022 de proceskosten onjuist heeft vastgesteld, omdat de officier van justitie ten onrechte heeft beslist dat er sprake is van een samenhangende zaak met 19 andere zaken. De gemachtigde van betrokkene stelt dat er verschillende beroepschriften zijn ingediend en dat het gaat om verschillende gedragingen.
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de zaken terecht als samenhangend zijn beschouwd nu er sprake is van identieke pro forma beroepen, zonder inhoudelijke gronden en er geen hoorzitting is geweest. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft dit onderbouwd door overlegging van alle overige beroepschriften welke de officier van justitie als samenhangend heeft afgedaan.
De kantonrechter stelt vast dat de officier van justitie in totaal 20 zaken als samenhangend heeft aangemerkt. Gemachtigde van betrokkene heeft in deze zaken pro forma beroep ingesteld. In de beroepschriften heeft de gemachtigde gebruik gemaakt van standaard tekstblokken en (vrijwel) gelijkluidende beroepsgronden aangevoerd. Dit blijkt uit de door de vertegenwoordiger van de officier van justitie ingediende stukken. Ook hebben er geen hoorzittingen plaatsgevonden en zijn er geen aanvullende gronden ingediend. Op deze beroepschriften is vervolgens gelijktijdig beslist. De gemachtigde heeft zijn stelling dat er geen sprake is van samenhang onvoldoende onderbouwd en het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie onvoldoende onderbouwd weersproken. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de werkzaamheden met betrekking tot het administratief beroep geen reële extra inspanning hebben opgeleverd voor de gemachtigde en dat de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek konden zijn. De officier van justitie heeft de onderhavige zaak dan ook terecht aangemerkt als samenhangend met de andere zaken waarin de beslissing van de officier van justitie is vernietigd. De kantonrechter zal het beroep tegen de proceskostenvergoeding van de officier van justitie om die reden ongegrond verklaren.
Nu de gemachtigde niet in het gelijk wordt gesteld, zal de kantonrechter het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

De uitspraak

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie van 28 juni 2022 met betrekking tot de proceskostenvergoeding ongegrond;
  • wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: