Verzoeker heeft bij e-mail van zijn gemachtigde een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civiele kantonzitting. Het verzoek betrof diverse klachten over procesgang en beslissingen in de hoofdzaak, waaronder het niet behandelen van niet-ontvankelijkheidsverklaring en vermeende procedurefouten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde gronden geen feitelijke wrakingsgronden vormen, maar louter standpunten en bezwaren tegen procesbeslissingen. Volgens vaste rechtspraak is wraking niet bedoeld als verkapt rechtsmiddel tegen rechterlijke beslissingen.
Daarom is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is geen inhoudelijke behandeling van het verzoek plaatsgevonden. De procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van de wraking.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, en is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2022. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.