ECLI:NL:RBNHO:2022:12409

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
9707788 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 11 lid 3 WAHVArt. 14 WAHVArt. 160 lid 4 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete wegens niet meewerken aan speekseltest in verkeerscontrole

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet meewerken aan een speekseltest en het niet opvolgen van aanwijzingen tijdens een verkeerscontrole. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat de aanhouding zonder rechtsgrond was vanwege het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. De kantonrechter oordeelde dat het strafrechtelijke verweer van betrokkene niet van toepassing is op deze administratieve procedure onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).

De kantonrechter stelde vast dat het weigeren mee te werken aan de speekseltest een overtreding is onder de WAHV en geen strafbaar feit, en dat de politie bevoegd was betrokkene staande te houden op grond van de Wegenverkeerswet 1994. Er was voldoende aanleiding om de zekerheidstelling te verlagen tot nihil, waardoor inhoudelijke behandeling mogelijk was. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en de opgelegde boete bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet meewerken aan een speekseltest wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9707788 \ WM VERZ 22-157
CJIB-nummer : 237586710
Uitspraakdatum : 20 mei 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 mei 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet meewerken onderzoek van speeksel n/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft aangevoerd niet in staat te zijn de in artikel 11, derde lid, WAHV voorgeschreven zekerheid te betalen. De kantonrechter is van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om het bedrag van de door betrokkene te betalen zekerheid te verlagen tot nihil, zodat is toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.
Betrokkene voert aan dat de aanhouding van betrokkene heeft plaatsgevonden zonder rechtsgrond, omdat er geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Dat is een strafrechtelijk verweer en mist toepassing in het onderhavige geval. Dit wordt als volgt toegelicht.
Het gaat in dit geval om het niet meewerken aan een speekseltest en PMT-test. Dergelijke onderzoeken mogen worden gevorderd in het kader van de controle op de naleving van de Wegenverkeerswet 1994. Het weigeren of niet meewerken hieraan levert een gedraging in de zin van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) op en geen strafbaar feit. De voorschriften van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en het Wetboek van Strafvordering zijn niet van toepassing op Muldergedragingen, tenzij deze in de WAHV zelf van toepassing worden verklaard. Dat is hier niet het geval.
Op grond van artikel 160 vierde Pro lid Wegenverkeerswet 194 zijn ambtenaren van politie bevoegd voertuigen staande te houden ter controle van de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de verbalisanten bezig waren met een controle op de juiste naleving van de Wegenverkeerswet 1994. De verbalisanten mochten betrokkene staande houden ter controle.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: