ECLI:NL:RBNHO:2022:12414

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
9769849 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van opeenstapeling van bestuursrechtelijke boetes wegens stilstand op niet-rijbaan

Betrokkene kreeg meerdere bestuursrechtelijke boetes opgelegd voor het stilstaan op het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad, wat niet is toegestaan. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze boetes, waarop de officier van justitie het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 20 mei 2022 verschenen zowel betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De officier van justitie stelde voor om de eerste boete in stand te laten en de overige drie boetes te matigen tot nihil, omdat het opleggen van meerdere boetes voor dezelfde gedraging in korte tijd zou leiden tot een onevenredig hoog totaalbedrag.

De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat matiging van de sancties passend is. De eerste boete (CJIB-nummer 240140759) blijft gehandhaafd, terwijl de daaropvolgende boetes worden gematigd tot nihil. Het beroep van betrokkene werd derhalve ongegrond verklaard.

De uitspraak werd openbaar gedaan en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete meer dan €70 bedraagt.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerste boete blijft gehandhaafd, terwijl de overige boetes worden gematigd tot nihil.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9769849 \ WM VERZ 22-294
CJIB-nummer : 240140759
Uitspraakdatum : 20 mei 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 mei 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Aan betrokkene zijn voor dezelfde gedraging in korte tijd meerdere boetes opgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft voorgesteld om de eerste boete in stand te laten en de overige 3 boetes te matigen tot nihil. De kantonrechter is het eens met de zittingsvertegenwoordiger, omdat een opeenstapeling van boetes leidt tot een onevenredig hoog totaalbedrag aan boetes. Gelet daarop is matiging van de sancties op zijn plaats, in die zin dat de eerste sanctie (cjibnummer: 240140759) in stand wordt gelaten en dat vervolgens de tweede en iedere daarop volgende sanctie wordt gematigd tot nihil. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen wordt het beroep ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: