ECLI:NL:RBNHO:2022:12480

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 november 2022
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
10020869 \ WM VERZ 22-933
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens geldige ontheffing bij geslotenverklaring motorvoertuigen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen (bord C6). Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 1 november 2022 was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene niet. Betrokkene voerde aan dat hij als bewoner van Oostzaan beschikte over een ontheffing met een geldigheid van vijf jaar. Door een registratiefout van de gemeente was de geldigheid onjuist vermeld, maar feitelijk was de ontheffing geldig tot 30 oktober 2024.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de overtreding heeft plaatsgevonden, mede omdat betrokkene met bewijsstukken aannemelijk had gemaakt dat hij ten tijde van de boete een geldige ontheffing bezat. Daarom werd de boete vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd bepaald dat het door betrokkene betaalde bedrag als zekerheidstelling moet worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opgelegde boete wordt vernietigd wegens het bezit van een geldige ontheffing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10020869 \ WM VERZ 22-933
CJIB-nummer : 241356955
Uitspraakdatum : 1 november 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism een gesloten verklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C 6 bijlage I RVV 1990.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene stelt dat hij als bewoner van Oostzaan in het bezit is van een ontheffing met een geldigheid van 5 jaar. Bij het wijzigen van het kenteken waarop de ontheffing van toepassing was, is een registratiefout gemaakt door de gemeente waardoor de geldigheid van de ontheffing op 15 januari 2021 is komen te staan in plaats van 30 oktober 2024, aldus betrokkene.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene middels bewijsstukken voldoende aannemelijk gemaakt dat hij ten tijde van de opgelegde boete in het bezit was van een geldige ontheffing. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: