ECLI:NL:RBNHO:2022:12486

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 november 2022
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
9994862 \ WM VERZ 22-895
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVRegeling meetmiddelen politie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom vastgesteld met mobiele radar

Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 61 km/u binnen de bebouwde kom, wat 8 km/u te hard is. De snelheidsovertreding is vastgesteld met een mobiele radar waarbij de verbalisant zelf ter plaatse aanwezig was. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, met het argument dat de meting onjuist was omdat de mobiele radar volgens hem vanuit een bewegend punt moet worden bediend en dat de aanwezigheid van de bebording niet was vastgesteld.

De rechtbank oordeelt dat er sprake was van een statische controle met een mobiele radar, waarbij de verbalisant ter plaatse was en de bebording volgens vaste jurisprudentie mag worden aangenomen als aanwezig en duidelijk zichtbaar. De snelheid is conform de geldende correctiewaarden vastgesteld en er is geen reden om aan de juistheid van de meting te twijfelen.

De enkele betwisting van betrokkene over de aanwezigheid van het bord is onvoldoende om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9994862 \ WM VERZ 22-895
CJIB-nummer : 242146380
Uitspraakdatum : 10 november 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema, Bezwaartegenverkeersboetes.nl te Dordrecht.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Ter zitting stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanvullend dat het betoog van de gemachtigde met betrekking tot de mobiele meting niet op gaat. Gemachtigde heeft het woord ‘mobiele’ anders geïnterpreteerd. Er was in onderhavige zaak sprake van een statische meting langs de kant van de weg. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de verbalisant ter plaatse was, zodat er volgens vast rechtspraak vanuit mag worden gegaan dat de bebording is gecontroleerd.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De gemachtigde van betrokkene voert aan dat er aan de beschikbare gegevens moet worden getwijfeld. Gemachtigde stelt dat er met een mobiele radarsnelheidsmeter is gemeten en dat uit de definitiebepalingen van de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie blijkt dat een mobiele radarsnelheidsmeting altijd plaatsvindt vanuit een bewegend punt. Nu de verschilsnelheid tussen het gemeten voertuig en het voertuig waarin de radarsnelheidsmeter zich bevindt op geen enkele wijze uit de stukken blijkt, kan de gedraging niet worden vastgesteld, aldus de gemachtigde.
De kantonrechter volgt betrokkene niet in dit betoog. Uit de stukken in het dossier en de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat de snelheidsovertreding is vastgesteld met behulp van een mobiele radar met daaraan gekoppelde fotoapparatuur, waarbij de verbalisant dus zelf ter plaatse aanwezig was. De daarmee geconstateerde snelheid bedroeg 61 kilometer per uur. Deze waarde is naar beneden gecorrigeerd, conform de landelijk vastgestelde correctiewaarde in verband met de maximaal toegelaten fouten in de meetapparatuur zoals bedoeld in de Regeling meetmiddelen politie.
Er is dus sprake geweest van een statische controle met behulp van een mobiele radar. Er is geen reden om aan de juistheid van de meting te twijfelen.
Gemachtigde stelt tevens, met verwijzing naar het arrest van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:1803, dat zich in het dossier geen stukken bevinden waaruit blijkt dat de bebording op het moment van de gedraging op de door betrokkene gereden route aanwezig was.
De kantonrechter overweegt dat er in dit geval niet is vereist dat uit (aanvullende) stukken blijkt dat de bebording aanwezig was. Uit de hiervoor genoemde verklaring van de verbalisant blijkt immers dat sprake is van een situatie waarin de verbalisant die de boete heeft opgelegd zelf ter plaatse was. In het algemeen mag in zo’n geval worden aangenomen dat die verbalisant heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar is. Dat uitgangspunt brengt mee dat ervan mag worden uitgegaan dat de maximum snelheid ten tijde van de controle deugdelijk was aangeduid. De kantonrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:1803.
De enkele betwisting door betrokkene dat er een bord (H1) was geplaatst, is onvoldoende reden om te twijfelen aan de aanwezigheid van dat bord. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, ondertekend door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: