Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens handelen in strijd met een geslotenverklaring. Na beroep bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter werd de zaak behandeld op 21 februari 2023. De gemachtigde van betrokkene verzocht de feitcode te wijzigen en stelde dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor een schadevergoeding of matiging van de boete op zijn plaats was.
De officier van justitie stemde in met wijziging van de feitcode naar R550A en verlaging van de boete naar €100,00. De kantonrechter oordeelde dat de totale procedure langer dan twee jaar duurde, waardoor sprake was van schending van artikel 6, eerste lid, EVRM. Desondanks vond de kantonrechter dat deze schending voldoende werd gecompenseerd door de vaststelling van de inbreuk en wees geen immateriële schadevergoeding toe.
De kantonrechter wees tevens een proceskostenvergoeding toe van €1.284,75 aan betrokkene, te betalen door de Staat der Nederlanden. De boete werd gematigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de feitcode en boete worden gewijzigd en proceskosten worden toegekend zonder immateriële schadevergoeding.