ECLI:NL:RBNHO:2022:12543

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 november 2022
Publicatiedatum
12 april 2023
Zaaknummer
10075900 \ WM VERZ 22-985
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens te late indiening administratieve boeteverhoging

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring op een weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde voertuigen. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, terwijl het beroep van betrokkene pas na deze termijn werd ontvangen.

De kantonrechter behandelde het beroep op 22 november 2022, waarbij betrokkene niet aanwezig was. De kantonrechter oordeelde dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep ongegrond. Wel stelde de kantonrechter vast dat een verhoging ten onrechte was opgelegd na het indienen van het beroep en bepaalde dat deze verhoging niet verschuldigd is en terugbetaald moet worden.

De uitspraak werd openbaar gedaan door kantonrechter M. Woerdman. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending, mits de boete hoger is dan €70. De procedure in hoger beroep is schriftelijk, tenzij mondelinge behandeling wordt verzocht.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening en de onterecht opgelegde verhoging moet worden terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10075900 \ WM VERZ 22-985
CJIB-nummer : 241357317
Uitspraakdatum : 22 november 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 14 juli 2021 (poststempel CVOM), terwijl dat beroep uiterlijk op 12 juli 2021 ontvangen had moeten zijn. Niet aannemelijk is geworden dat deze overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene bij de officier dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt echter dat de officier van justitie op 6 augustus 2021 een eerste verhoging bij betrokkene in rekening heeft gebracht, terwijl betrokkene op 14 juli 2021 al in beroep is gegaan. Deze verhoging is dus ten onrechte opgelegd. De kantonrechter zal daarom bepalen dat de opgelegde verhoging niet verschuldigd is.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ bepaalt dat de opgelegde verhoging niet verschuldigd is en dat de officier van justitie het te veel betaalde bedrag aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: