Op 20 oktober 2021 werd verdachte aangehouden op Schiphol met vijf pakketten in zijn ruimbagage, samen 5.163 gram heroïne. Verdachte verklaarde dat hij via een vriend was benaderd door een onbekende om de pakketten mee te nemen naar Las Palmas, waarbij hij € 5.000 zou ontvangen. Hij dacht dat het om een mengsel van paracetamol en cafeïne ging en stelde geen vragen over de inhoud.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de pakketten heroïne bevatten, waarmee hij voorwaardelijk opzet had op de uitvoer. De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan wegens vermeend vormverzuim bij het uitlezen van telefoons, maar dit bewijs werd niet gebruikt. De verklaring van verdachte over de inhoud werd niet geloofd vanwege tegenstrijdigheden.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk heroïne uitvoerde, strafbaar gesteld onder de Opiumwet. Gezien de ernst en hoeveelheid werd een gevangenisstraf van 38 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. Verdachte had geen eerdere veroordelingen en er waren persoonlijke omstandigheden, maar deze rechtvaardigden geen strafvermindering.
De straf zal volledig worden uitgevoerd binnen de penitentiaire inrichting, tenzij verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidstelling. Het vonnis werd uitgesproken op 8 februari 2022 door de rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer te Haarlem.