Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 30 juni 2022 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/douane, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak HAA 19/5379 ongegrond;
- verklaart het beroep in de zaak HAA 20/3645 voor zover gericht tegen utb 2 ongegrond;
- verklaart het beroep in de zaak HAA 20/3645 voor het overige niet-ontvankelijk;
- draagt de griffier op het beroepschrift in de zaak HAA 20/3645 op de voet van artikel 6:15, tweede lid, van de Awb door te zenden aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift voor zover gericht tegen de in de uitspraak op bezwaar van 15 mei 2020 opgenomen beslissing op het verzoek om wijziging van de aangifte op grond van artikel 173 van Pro het DWU;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 2.187,50;
- veroordeelt de minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 1.312,50;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50;
- draagt verweerder op de helft van het betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 172,50, aan eiseres te vergoeden; en
- draagt de minister van Justitie en Veiligheid op de helft van het betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 17