ECLI:NL:RBNHO:2022:131
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling minderjarige: begeleide omgang en aanhouding beslissing
De zaak betreft een verzoek van de vader tot omgang met zijn minderjarige dochter, die sinds 2015 geen contact met hem heeft gehad. De Raad voor de Kinderbescherming bracht meerdere adviezen uit, waarin werd benadrukt dat het belang van het kind is om haar juridische vader te leren kennen, maar dat stabiliteit en structuur in het gezin van de moeder eerst verbeterd moeten worden.
De rechtbank volgde het advies van de Raad om via hulpverlening en begeleide omgang toe te werken naar een omgangsregeling van één dag per veertien dagen. De moeder stond niet positief tegenover omgang vanwege wantrouwen en beperkte draagkracht. De vader toonde zich bereid tot begeleiding, maar verscheen niet op de zitting en leverde geen bewijs van zijn hulpverleningsinspanningen.
De rechtbank besloot partijen te verplichten zich te wenden tot een organisatie zoals het Omgangshuis voor begeleide omgang. De beslissing over de definitieve omgangsregeling werd aangehouden tot 1 juli 2022, met het verzoek aan Raad en advocaten om schriftelijk te rapporteren over het verloop van de tijdelijke regeling. De rechtbank benadrukte het belang van professionele begeleiding en stabiliteit voor het kind.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt begeleide omgang via een organisatie zoals het Omgangshuis en houdt de definitieve beslissing aan tot 1 juli 2022.