Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
[naam] van [bedrijf 1] .Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende een aanvraag in voor een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) in verband met zijn aanmelding als ambulant woonbegeleider bij een coöperatie. De minister van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af vanwege meerdere veroordelingen binnen de terugkijktermijn en verlenging daarvan. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en oordeelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed. Dit omdat verzoeker ook als lid van de coöperatie zou worden aangenomen indien hij zich pas over een half jaar met een VOG zou melden. Bovendien heeft verzoeker momenteel inkomen uit een andere functie. De behandeling van het beroep wordt verwacht binnen enkele maanden, waardoor afwachten mogelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en dat de belangenafweging omtrent de ervaringsdeskundigheid en het risico voor de samenleving beter in de bodemprocedure kan worden gemaakt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering VOG wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.