ECLI:NL:RBNHO:2022:1326
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rechter afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker diende op 21 december 2021 een wrakingsverzoek in tegen drie rechters, waaronder de rechter mr. A.E. Merkus, in een lopende kantonzakenprocedure. Op 30 december 2021 werd dit verzoek kennelijk ongegrond verklaard. Vervolgens diende verzoeker op 4 januari 2022 een tweede wrakingsverzoek in tegen dezelfde rechter, nu met de wetenschap dat deze rechter daadwerkelijk het vonnis in de hoofdzaak zou wijzen en dat hij een verzoek om uitstel had afgewezen.
De wrakingskamer overwoog dat volgens het Wrakingsprotocol een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter zonder nieuwe feiten of omstandigheden niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Verzoeker stelde dat de nieuwe feiten – de daadwerkelijke betrokkenheid van de rechter en het afwijzen van uitstel – pas na het eerste verzoek bekend waren geworden en dat dit de vrees voor partijdigheid objectief rechtvaardigde.
De wrakingskamer oordeelde echter dat verzoeker reeds bij het eerste verzoek wist dat mr. Merkus mogelijk betrokken zou raken en dat het afwijzen van uitstel ook binnen die kennis viel. Er waren geen feiten of omstandigheden aangevoerd die pas na het eerste verzoek bekend werden. Daarom werd het tweede wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De zaak wordt voortgezet in de stand van 4 januari 2022. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.