ECLI:NL:RBNHO:2022:1348
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen stopzetting 24-uursopvang dakloze
Verzoeker, dakloos en deelnemer aan een pilotproject voor daklozen, werd geïnformeerd dat zijn traject bij het project werd stopgezet vanwege het weigeren van twee aangeboden woningen. Hij werd overgedragen aan de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils, waarbij hij noodopvang in een hotel kreeg met beperkte verblijfsuren en de mogelijkheid om overdag op een opvanglocatie te verblijven.
Verzoeker stelde dat hij vanwege fysieke en psychische aandoeningen recht had op 24-uursopvang met een eigen toilet, en dat het stopzetten van het project en daarmee de 24-uursopvang onterecht was. Hij vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om overdag in de hotelkamer te mogen verblijven tot zes weken na bezwaarbeslissing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen indicatie voor 24-uursopvang was vastgesteld, dat het pilotproject geen 24-uursopvang bood en dat verzoeker zelf de woningen had geweigerd. De opvang via het Leger des Heils voldeed aan de huidige mogelijkheden, en er was geen medisch onhoudbare noodsituatie aangetoond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 17 januari 2022 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland en bindt niet in een bodemprocedure. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen stopzetting van de 24-uursopvang is afgewezen wegens het ontbreken van een onhoudbare noodsituatie.