ECLI:NL:RBNHO:2022:1394
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake compensatievordering passagiers bij code-share vlucht
Flightright vordert namens passagiers compensatie wegens een vertraging van meer dan drie uur op een vlucht van Göteborg via Amsterdam-Schiphol en New York naar Montreal. De vervoerder, Delta Air Lines, voert in een incident aan dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft omdat zij statutair in de Verenigde Staten is gevestigd en Amsterdam-Schiphol slechts een overstapluchthaven betreft.
De kantonrechter beoordeelt de bevoegdheid aan de hand van de Brussel I bis-Verordening en het Nederlandse procesrecht. De statutaire zetel van Delta Air Lines is in Wilmington, Verenigde Staten, en het kantoor te Schiphol is niet betrokken bij de vlucht, zodat geen woonplaats in Nederland kan worden aangenomen. Ook de plaats van uitvoering van de vervoersovereenkomst ligt niet in Nederland, omdat de passagiers niet vanaf Amsterdam zijn vertrokken.
Flightright stelt dat er sprake is van een code-share met KLM en dat de vertraging op de door Delta uitgevoerde vlucht Amsterdam-New York is ontstaan, maar de kantonrechter ziet hierin geen grond voor Nederlandse rechtsmacht. Daarom wijst hij het incident toe, verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de hoofdzaak en veroordeelt Flightright in de kosten van het incident.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering en veroordeelt Flightright in de kosten van het incident.