Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- terwijl die [benadeelde] bij aanvang van de behandeling hoofd- en of nekpijnklachten en/of een zwelling in de nek, althans links onder(aan) de schedel had en/of
- terwijl die [benadeelde] voorafgaande aan de behandeling door hem, verdachte, niet (voldoende) was geïnformeerd over de mogelijke risico’s van de behandeling en/of,
- terwijl hij, verdachte, onvoldoende onderzocht heeft of er (bij die [benadeelde] ) (een) contra-indicatie(s) was/waren voor cervicale manipulatie, (toch) cervicale manipulaties van/op de schouder(s) en/of nek/hals van die [benadeelde] toe te passen,
2.Voorvragen
3.De beoordeling van het bewijs
conditio sine qua non) is geweest voor het ingetreden gevolg. Zoals door de deskundigen is gerapporteerd, bestaan er mogelijke oorzaken buiten de gedraging van de verdachte die, al dan niet in samenhang, tot het ingetreden gevolg kunnen hebben geleid.
kaneen onmisbare schakel hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, maar het is niet aannemelijk dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt. Het ontstaan van dissecties is zeer zeldzaam en het ontstaan hiervan is geen ‘bekende bijwerking’ van cervicale manipulatie. Uit de deskundigenrapportages kan niet worden opgemaakt dat cervicale manipulatie op zichzelf geschikt zou zijn om het ingetreden gevolg teweeg te brengen, terwijl andere mogelijke, alledaags voorkomende oorzaken niet als hoogst onwaarschijnlijk kunnen worden gepasseerd.
informed consent. In zijn algemeenheid geldt dat een zorgverlener niet verplicht is de patiënt over alle mogelijke risico’s te informeren. In dit verband is van belang dat op grond van wetenschappelijk onderzoek niet kan worden vastgesteld wat het risico is op dissectie bij cervicale manipulatie, maar wel dat deze complicatie uiterst zeldzaam is. Er kan daarom niet worden bewezen dat de verdachte de aangever onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico’s van de behandeling. Bovendien levert een gebrekkige invulling van de
informed consentop zichzelf onvoldoende grond op voor het maken van een strafrechtelijk verwijt aan de verdachte.
informed consent.Bij brief van 21 december 2017 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: IGZ) de aangever meegedeeld dat een patiënt ook over uiterst kleine kansen op zeer ernstige bij- en nawerkingen moet worden gewezen en een toestemmingsformulier moet worden getekend. De IGZ heeft hoog cervicale manipulatie in 2013 bovendien onverantwoord bevonden. Later is deze behandeling onder specifieke voorwaarden wel toegestaan. Dat de beroepsgroep van chiropractors pas in 2018 overging tot vastlegging van het
informed consentin de beroepsnorm, doet aan de eerdere zorgen van de IGZ niets af.
conditio sine qua non. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat hier geen sprake van is, kan het gevolg redelijkerwijs aan de verdachte worden toegerekend. Volgens deskundige [deskundige 2] is de cervicale manipulatie naar haar aard geschikt om een dissectie teweeg te brengen en kan deze behandeling een onmisbare schakel hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot de dissectie en de beroerte hebben geleid. Aannemelijk is dat de dissectie met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de behandeling is veroorzaakt. Daarom zou ook op grond van het criterium van de redelijke toerekening een causaal verband kunnen worden vastgesteld. De mogelijkheid dat de dissectie ook op een andere wijze plaatsgevonden zou kunnen hebben, staat niet aan de toerekening aan de verdachte in de weg.
geengriep had, maar dat hij naast de hoofdpijn alleen ‘een beetje neusverkouden’ was.
conditio sine qua non) is geweest voor het intreden van de dissectie van de halsslagaders van de aangever. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
tijdensde behandeling onwel is geworden, als gevolg van een dissectie, is voor het aannemen van een causaal verband onvoldoende. [deskundige 2] heeft verklaard dat mogelijk predisponerende factoren bij de aangever (zoals een bindweefselaandoening, genetische en moleculaire factoren en/of een ontsteking veroorzaakt door een infectie) ook een causale bijdrage zouden kunnen hebben geleverd bij het ontstaan van de dissectie. Dit is ook mogelijk bij jonge, op het oog gezonde volwassenen. Onderzoek naar mogelijke predisponerende factoren is in deze zaak niet uitgevoerd. [deskundige 1] heeft weliswaar gerapporteerd dat de aangever geen onderliggende bindweefselaandoening had, maar hij heeft niet gerapporteerd op welke wijze hij dit heeft onderzocht en hoe dit is vastgesteld. Niet gebleken is dat hij laboratorium- of microscopisch onderzoek heeft gedaan, welk onderzoek noodzakelijk is om een bindweefselaandoening te kunnen vaststellen. Het alsnog uitvoeren van een dergelijk onderzoek heeft volgens [deskundige 2] een beperkte waarde voor het causaliteitsonderzoek. Als er op dit moment een predisponerende factor bij de aangever wordt gevonden, betekent dit niet dat deze ten tijde van de behandeling ook al aanwezig was en dat deze factor ook daadwerkelijk van invloed is geweest op het ontstaan van de dissecties. Bovendien kunnen andere luxerende factoren dan de cervicale manipulatie, zoals alledaagse handelingen, ook van invloed zijn geweest op het ontstaan van de beroerte als gevolg van de aanwezige dissecties.
conditio sine qua non) is geweest voor het ingetreden gevolg.
kanhebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, alsmede ii) dat ook aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt. [6]
kanhebben gevormd die tot het ontstaan van de beroerte als gevolg van de dissecties van de halsslagaders heeft geleid. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom voldaan aan het eerste vereiste om een causaal verband aan te kunnen aannemen op grond van de maatstaf van redelijke toerekening (i).
associatiefverband (cervicale manipulatie is een in de literatuur bekende omstandigheid waaronder een dissectie aan het licht kan komen), maar de oorzaak van het merendeel van dissecties is niet te achterhalen en er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor een causaal verband. Uit geen van de opgestelde deskundigenrapportages – en de verklaringen van de deskundigen [deskundige 2] en [deskundige 5] ter terechtzitting – kan worden opgemaakt dat een normaal uitgevoerde cervicale manipulatie op zichzelf geschikt zou zijn om een dissectie van de halsslagader te veroorzaken.