ECLI:NL:RBNHO:2022:1501

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
9589048 \ WM VERZ 21-706
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete parkeren bij blauwe streep met verlopen parkeertijd ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren van een motorvoertuig bij een blauwe streep terwijl de toegestane parkeertijd was verstreken. Betrokkene voerde in beroep aan dat het voertuig was voorzien van twee parkeerschijven en dat hij beschikte over een geldige gehandicaptenparkeerkaart, hoewel deze niet zichtbaar was achter de voorruit.

De officier van justitie matigde de boete tot € 30,00 vanwege het bezit van de gehandicaptenparkeerkaart, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. De kantonrechter overwoog dat het niet de verplichting van de verbalisant is om te bepalen welke van de twee parkeerschijven van toepassing is en dat betrokkene ervoor had moeten zorgen dat slechts één correct ingestelde parkeerschijf zichtbaar was.

De kantonrechter vond dat met de matiging voldoende rekening was gehouden met de omstandigheden en wees het beroep af. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, de officier van justitie was digitaal vertegenwoordigd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger dan € 70,- is.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het parkeren bij een blauwe streep na verstreken parkeertijd wordt ongegrond verklaard met matiging van de boete tot € 30,00.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9589048 \ WM VERZ 21-706
CJIB-nummer : 227570493
Uitspraakdatum : 18 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen (met behulp van een digitale verbinding via MS Teams). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het beroepschrift van betrokkene een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is onder andere het volgende vermeld:
“…Het voertuig was voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit, maar de maximaal toegestane parkeertijd van twee uur was verstreken. Tevens had betrokkene twee parkeerschijven achter de voorruit. Er is geen gehandicaptenparkeerkaart waargenomen achter de voorruit…”.
De kantonrechter overweegt ten eerste dat het geen verplichting is van een verbalisant om, indien er twee ingestelde parkeerschijven aanwezig zijn in een voertuig, te kiezen welke parkeerschijf mogelijk van toepassing is. Betrokkene had er dan ook voor moeten zorgen dat er maar één parkeerschijf zichtbaar en juist ingesteld aanwezig was.
Omdat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat hij wel beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart, heeft de officier van justitie, bij wijze van uitzondering, de boete gematigd tot € 30,00. Naar het oordeel van de kantonrechter is hierdoor voldoende rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en is er geen aanleiding voor verdere matiging.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: