ECLI:NL:RBNHO:2022:1507
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot eenhoofdig gezag wegens onaanvaardbaar risico voor minderjarige
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, waarvan de hoofdverblijfplaats bij de moeder is. De moeder verzoekt om het gezag eenhoofdig aan haar toe te wijzen omdat de vader niet meewerkt aan belangrijke beslissingen zoals schoolkeuze, omgang en vakantie, en geen alimentatie betaalt. De communicatie tussen ouders is gebrekkig en het kind geeft aan bang te zijn voor de vader.
De vader voert verweer en stelt dat hij geen toestemming gaf voor vakantie vanwege corona en bang was dat het kind niet zou terugkeren. Hij ontkent dat hij niet meewerkt aan schoolkeuze en wil betrokken blijven. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat eenhoofdig gezag rust kan brengen, omdat het gezamenlijke gezag niet functioneert door het gebrek aan betrokkenheid van de vader.
De rechtbank oordeelt dat de ouders niet in staat zijn tot behoorlijk overleg en dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders. Gezien het belang van het kind wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en wordt de moeder het eenhoofdig gezag toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan worden bestreden door hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over het kind toegewezen.