Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Nederlandse Orde van Advocaten
Rechtbank Noord-Holland
De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) vordert betaling van een financiële bijdrage van €1.005,00 over 2021 van de gedaagde, die op 1 januari 2021 als advocaat was ingeschreven en deze bijdrage niet heeft voldaan. NOvA stelt dat de beschikking tot vaststelling van de bijdrage formele rechtskracht heeft omdat geen bezwaar is ingesteld. De gedaagde betwist de vordering en voert aan dat de deken van de plaatselijke orde hem volledige kwijtschelding heeft verleend, ook voor de bijdrage aan NOvA.
De kantonrechter oordeelt dat de beschikking formele rechtskracht heeft en dat de inhoud ervan niet meer kan worden aangevochten. De stelling van kwijtschelding door de deken wordt niet onderbouwd door de gedaagde en is niet aannemelijk, mede omdat de deken geen bevoegdheid heeft om namens NOvA kwijtschelding te verlenen. De vordering van NOvA wordt daarom toegewezen voor de hoofdsom, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van €1.195,45 plus wettelijke rente over €1.005,00 vanaf de dag van dagvaarding, proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de financiële bijdrage aan NOvA, wettelijke rente en proceskosten.