ECLI:NL:RBNHO:2022:1659

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
1 maart 2022
Zaaknummer
C/15/325271 / FA RK 22-748
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel wegens acuut suïciderisico

De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Amsterdam vanwege een acuut verhoogd suïciderisico bij betrokkene. De mondelinge behandeling vond plaats via een videoverbinding vanwege COVID-19 maatregelen. Betrokkene, zijn advocaat, een basisarts, partner en dochter werden gehoord.

Uit de stukken en het verhandelde bleek een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, voortvloeiend uit een psychische stoornis. De crisissituatie was zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Verplichte zorg zoals medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking en opname in een accommodatie werden noodzakelijk geacht.

Betrokkene gaf aan liever vrijwillig behandeld te worden, maar de rechtbank achtte dit op dit moment te vroeg vanwege de kwetsbare en prille verbetering na een recente ernstige zelfmoordpoging. De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke voorwaarden voor de machtiging werd voldaan en verleende deze voor drie weken.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken vanwege acuut verhoogd suïciderisico.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/325271 / FA RK 22-748
beschikking van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2022,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. I. Baardman, gevestigd te Amsterdam.

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 februari 2022, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van Amsterdam op 15 februari 2022 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
  • de medische verklaring van 15 februari 2022;
- de politiemutatie van 14 februari 2022.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 februari 2022. Hoewel uitgangspunt binnen de Wvggz is – mede gelet op de kwetsbare positie van betrokkene – dat betrokkene fysiek wordt gehoord, acht de rechtbank dat op dit moment niet verantwoord vanwege de ontwikkelingen rondom het coronavirus. De rechtbank sluit hiermee aan bij de landelijke maatregelen ter beperking van de verspreiding van het virus.
De zitting heeft daarom via een tweezijdige beeld- en geluidsverbinding plaatsgevonden.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van betrokkene om verweer te kunnen voeren, afdoende is gewaarborgd door deelname van de advocaat aan de zitting en de eigen inbreng van betrokkene.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [basisarts] , basisarts;
- de partner van betrokkene;
- de dochter van betrokkene.
1.4.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade.
2.2.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een (recidiverende depressieve stoornis dan wel depressieve klachten in het kader van een) cognitieve stoornis met daarbij een acuut verhoogd suïciderisico. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van bewegingsvrijheid;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.4.
Namens betrokkene is aangevoerd dat betrokkene graag op vrijwillige basis zijn behandeling en opname zou willen vervolgen en dat een vrijwillig kader de behandelrelatie zou kunnen verbeteren. Met de basisarts is de rechtbank echter van oordeel dat de stijgende lijn in het toestandsbeeld van betrokkene nog te pril en kwetsbaar is, gelet op de plotselinge en ernstige zelfmoordpoging die betrokkene slechts enkele dagen geleden nog heeft gedaan. Bovendien kan betrokkene zich niets herinneren van deze poging, waardoor het risico op suïcide op dit moment nog niet kan worden uitgesloten. De rechtbank acht een vrijwillig kader gelet op het voorgaande dan ook op dit moment nog te voorbarig.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
2.6.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.3 zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
11 maart 2022.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. van Leeuwen, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. D.A.C. Sinnige als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2022.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 februari 2022.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.