ECLI:NL:RBNHO:2022:1695
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter na mondelinge einduitspraak kennelijk niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak bij de rechtbank Noord-Holland werd een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 17 februari 2022 mondeling uitspraak had gedaan in een zaak over uithuisplaatsing van een minderjarige. De gemachtigde van verzoekster was aanwezig bij de uitspraak via Teams. Het wrakingsverzoek werd pas op 19 februari 2022 schriftelijk ingediend, na de mondelinge einduitspraak.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en stelde vast dat volgens artikel 5 lid 2 onder Pro d van het Wrakingsprotocol een wrakingsverzoek niet kan worden ingediend nadat een einduitspraak is gedaan. Omdat de rechter al een eindbeslissing had genomen en de gemachtigde van verzoekster daarbij aanwezig was, werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing werd op 22 februari 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter L.J. Saarloos en leden J.H. Gisolf en M.A.J. Berkers. De griffier D.A.C. Sinnige was eveneens aanwezig. De zaak wordt voortgezet in de stand van 19 februari 2022. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de mondelinge einduitspraak is ingediend.