Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
hij”.
Rechtbank Noord-Holland
Deze civiele zaak betreft een burenruzie waarbij eiser stelt dat gedaagde hem onterecht heeft beschuldigd van pedofilie en het verzamelen van kinderporno, wat zou hebben geleid tot reputatieschade en andere nadelige gevolgen.
Eiser vordert schadevergoeding, een dwangsom en een rectificatie, maar de kantonrechter oordeelt dat de vorderingen onvoldoende concreet zijn onderbouwd en dat het bewijs te mager is om onrechtmatig handelen aan te nemen. De getuigenverklaringen zijn vaag, deels oud en onvoldoende belastend.
De kantonrechter benadrukt dat roddel en achterklap niet zonder meer onder opruiing vallen en dat de context van de uitlatingen ontbreekt. Ook de materiële schade is onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken en er is geen causaal verband aangetoond.
Gezien de burenruzie en het beperkte bereik van de beschuldigingen, is er geen grond voor een immateriële of materiële schadevergoeding, dwangsom of rectificatie. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gehouden.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding, dwangsom en rectificatie wegens onterechte beschuldigingen wordt afgewezen.