Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
3.3.hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2021 tot en met 16 maart 2021 te Purmerend, althans in Nederland, zijn moeder, [slachtoffer 2], heeft mishandeld door- die [slachtoffer 2] meermalen met de vlakke hand tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of- die [slachtoffer 2] met gebalde vuist op (de bovenkant van) het hoofd te slaan.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
1.hij in de periode van 15 maart 2021 tot en met 15 april 2021 te Purmerend, zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer 1],heeft mishandeld door telkens met gebalde vuist (met kracht) tegen het gezicht, van voornoemde [slachtoffer 1] te stompen;2.hij op 30 maart 2021 te Purmerend, [benadeelde] heeft mishandeld door- die [benadeelde] hardhandig bij haar nek te pakken en- die [benadeelde] meermalen met de vlakke hand in het gezicht te slaan en- die [benadeelde] tegen de heup te trappen;3.hij in de periode van 15 maart 2021 tot en met 16 maart 2021 te Purmerend, zijn moeder, [slachtoffer 2], heeft mishandeld door- die [slachtoffer 2] meermalen met de vlakke hand tegen het gezicht te slaan en- die [slachtoffer 2] met gebalde vuist op de bovenkant van het hoofd te slaan.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie en maatregel
7.Vordering benadeelde partij
8.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
6 (zes) maanden.