De juridische strijd tussen de ouders over de omgang met hun minderjarige kind duurt inmiddels vijfeneenhalf jaar. De rechtbank verwijst naar eerdere beschikkingen en rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming, die de situatie en belangen van het kind uitvoerig hebben onderzocht. De Raad adviseerde een opbouw van begeleide omgang via Praktijk Irene Heim, met een geleidelijke overgang naar onbegeleide omgang.
De moeder uitte zorgen over de veiligheid en het welzijn van het kind bij onbegeleide omgang, mede vanwege haar ervaringen uit het verleden met de vader. De vader wenst contact en omgang met het kind en heeft cognitieve gedragstherapie gevolgd. De rechtbank constateert dat verdere aanhouding van de zaak geen nieuwe inzichten zal brengen en dat de standpunten helder zijn.
Op grond van artikel 1:377a BW wordt het recht op omgang bevestigd en de rechtbank wijst het verzoek van de vader toe. Er wordt een definitieve omgangsregeling vastgesteld met een opbouwperiode van zes maanden, startend met begeleide omgang eenmaal per twee weken en toewerken naar onbegeleide omgang eenmaal per week op zaterdag of zondag. De moeder moet de vader maandelijks informeren over belangrijke zaken betreffende het kind, inclusief een recente foto.
Beide ouders dienen zich binnen een week te melden bij Praktijk Irene Heim om het traject te starten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het vonnis is openbaar uitgesproken op 8 februari 2022 door rechter P.W.M. de Wolf.