De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor diagnostiek en behandeling van haar minderjarige kinderen. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit over twee kinderen en de moeder heeft eenhoofdig gezag over een derde. Er bestaat een geschil over de noodzakelijkheid en uitvoering van diagnostiek en behandeling, waarbij de vader geen toestemming verleent.
De moeder vordert vervangende toestemming voor diagnostiek en behandeling bij gespecialiseerde instellingen, omdat de kinderen ernstige ontwikkelingsproblemen vertonen en geen adequate hulp ontvangen. De vader betwist het verzoek en stelt dat reeds toestemming voor diagnostiek is verleend en dat behandeling alleen op juiste feiten gebaseerd mag worden.
De rechtbank oordeelt dat de uiteenlopende zienswijzen van de ouders over de oorzaak van de problemen geen belemmering mogen vormen voor diagnostiek en behandeling. Het belang van de kinderen staat voorop en de observatie van het kind is het uitgangspunt. De rechtbank verleent daarom vervangende toestemming aan de moeder voor aanmelding, onderwijs, diagnostiek en behandeling van de betrokken kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.