ECLI:NL:RBNHO:2022:1875
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verkrachting ondanks erkend seksueel contact
De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 maart 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van verkrachting van de aangeefster in de periode rond 3 mei 2020 te Den Helder.
De aangeefster verklaarde dat verdachte haar met geweld en tegen haar wil seksueel binnendrong met zijn vingers, hetgeen door verdachte deels werd erkend als seksueel contact, maar niet als dwang. De rechtbank achtte het bewezen dat er seksuele handelingen plaatsvonden, mede ondersteund door DNA-bewijs, maar vond onvoldoende objectief bewijs voor het gebruik van dwang of bedreiging.
De verklaring van de aangeefster over dwang werd niet ondersteund door andere bewijsstukken, zoals verklaringen van een buurvrouw die geen geluiden van verzet hoorde, noch door de verklaring van een medeaangeefster die eveneens een aangifte deed maar waarvan de zaak was geseponeerd. Ook het contact met de psycholoog leverde onvoldoende concreet bewijs op.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van verkrachting. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende bewijs van dwang of bedreiging.