Op 19 januari 2022 meldde de organisatie Woonoproer Haarlem een betoging aan voor 27 februari 2022, bestaande uit een statische manifestatie in het Burgemeester Reinaldapark en een mars door de Slachthuisbuurt en het centrum van Haarlem. De burgemeester van Haarlem stelde op 24 februari 2022 voorschriften vast voor deze betoging en herzag dit besluit op 26 februari 2022 door de mars te beperken tot alleen de statische manifestatie in het park. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beperking en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de mars alsnog door te laten gaan.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 februari 2022 en overwoog dat gezien het korte tijdsbestek geen volledige inhoudelijke beoordeling mogelijk was, maar dat een belangenafweging moest plaatsvinden tussen het belang van verzoekster bij het houden van de mars en het belang van de burgemeester bij het handhaven van de openbare orde. De burgemeester had aannemelijk gemaakt dat er een reële vrees bestond voor wanordelijkheden door de vorming van een Black Bloc, mede gebaseerd op eerdere incidenten, onder meer recent in Leiden.
De voorzieningenrechter vond het belang van de burgemeester zwaarder wegen dan dat van verzoekster, mede omdat de mars door een druk bezocht winkelgebied zou lopen en het risico op wanordelijkheden en betrokkenheid van omstanders te groot was. De beperking van de betoging tot het park werd als een redelijke maatregel gezien. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.