Partijen zijn ex-echtgenoten die na hun echtscheiding de woning aan de man is toegewezen onder de voorwaarde dat de vrouw uiterlijk 1 december 2021 wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen. De man heeft tijdig een hypotheekofferte ondertekend en de vrouw verzocht het wijzigingsformulier te tekenen, maar zij weigerde dit.
De vrouw vordert in reconventie dat de woning wordt verkocht omdat de termijn uit de echtscheidingsbeschikking zou zijn verstreken en zij niet is ontslagen uit haar aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat de termijn geen fatale termijn is en dat de vrouw de afwikkeling heeft belemmerd door niet mee te werken.
De rechtbank veroordeelt de vrouw om binnen twee weken haar medewerking te verlenen aan de overdracht van haar aandeel in de woning aan de man, onder de voorwaarde dat de man een bedrag van € 105.226,50 aan haar betaalt. De vordering tot verkoop wordt afgewezen, maar verkoop kan alsnog aan de orde komen als de man niet kan betalen.
De rechtbank bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde toestemming van de vrouw indien zij niet tijdig meewerkt en dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.